Reus

gepubliceerd in De Revisor #26

Je komt binnen in mijn lokaal. Je bent een lange, tengere man, knokig haast. Je schouders zijn helemaal verkrampt door die kromme houding die je aanneemt om je lengte te compenseren. Alsof lengte iets is waarvoor je je zou moeten schamen. Ik ken het van mijn eigen jongen. Bij hem gebeurde het toen hij een jaar of twaalf was, het groeien ging sneller dan hij zelf kon bijhouden en hij begon over zijn ledematen te struikelen. Alsof hij steeds verder uitlubberde en niet meer terug in vorm kon komen. We gingen naar de huisarts en daarna naar de fysio. We deden oefeningen om hem recht overeind te houden. Aan jouw schouders kan ik zien dat er niemand was: geen huisarts, geen fysiotherapeut en misschien zelfs geen moeder.

 

Je gaat zitten, zomaar op de grond, legt het wapen naast je neer. De meeste peuters spelen door. Evie komt naar je toe gekropen, trekt zich op aan je T-shirt, prikt met haar vinger in je wang. Evie zit meestal als eerst op schoot bij de nieuwe meisjes. Er zijn altijd nieuwe meisjes: jonge, onzekere bakvissen, die niet van kinderen houden zoals ik dat doe. Ze komen hier omdat ze nog niet weten wat ze willen, lopen een paar weken mee om te kijken of dit iets voor hen is. Vandaag niet. Vandaag ben ik alleen. 

(lees verder in De Revisor)

© 2020 Leonieke Baerwaldt | Schrijver